Laminaat leggen: stappenplan van ondergrond tot plint

Kort antwoord

Laminaat legt u als zwevende vloer: laat de pakken ongeveer 48 uur acclimatiseren, zorg voor een vlakke en droge ondergrond met een passende ondervloer en houd rondom een dilatatievoeg van ongeveer 8 tot 10 mm vrij. Leg de planken bij voorkeur in de richting van de lichtinval en laat de kopse naden minimaal ongeveer 30 tot 40 cm verspringen.

Laminaat leggen gaat in een vaste volgorde: eerst laat u de vloer ongeveer 48 uur acclimatiseren, dan maakt u de ondergrond vlak, droog en schoon, daarna legt u de ondervloer en de planken als zwevende vloer met rondom een dilatatievoeg van ongeveer 8 tot 10 mm. U werkt rij voor rij, laat de kopse naden minimaal ongeveer 30 tot 40 cm verspringen en werkt af met plinten. Hieronder leest u per stap waar u op let.

Wat heeft u nodig om laminaat te leggen?

  • Laminaat, met extra materiaal voor snijverlies (zie hoeveel laminaat heeft u nodig)
  • Een passende ondervloer en, op een stenen ondergrond, een dampremmende folie als die niet in de ondervloer zit
  • Afstandsklosjes voor de dilatatievoeg
  • Een zaag (decoupeerzaag of afkortzaag), een handzaag voor kozijnen en een duimstok of rolmaat
  • Een slagblok, een trekijzer en een rubberen hamer
  • Plinten, eventueel afwerkprofielen en rozetten voor leidingen

Hoe lang moet laminaat acclimatiseren?

Leg de gesloten pakken als richtlijn ongeveer 48 uur plat in de ruimte waar de vloer komt. Laat de ruimte op normale kamertemperatuur. Laminaat heeft een kern van houtvezel en reageert op temperatuur en luchtvochtigheid. Door te acclimatiseren voorkomt u dat de planken na het leggen nog merkbaar uitzetten of krimpen. Maak de pakken pas open als u gaat leggen.

Aan welke eisen moet de ondergrond voldoen?

De ondergrond moet vlak, droog, schoon en stevig zijn. Oneffenheden voelt u later terug als verende of krakende plekken, en de klikverbinding kan erdoor beschadigen.

  • Vlak: veel fabrikanten hanteren een maximaal hoogteverschil van ongeveer 2 tot 3 mm over 1 tot 2 meter. Hogere plekken schuurt of slijpt u weg, lagere plekken vult u met egaliseermiddel.
  • Droog: een nieuwe dekvloer heeft tijd nodig om uit te drogen. Laat bij twijfel het vochtgehalte meten.
  • Dampremmend: op beton, een cementdekvloer of tegels legt u een dampremmende laag om opstijgend vocht tegen te houden.
  • Zacht materiaal eruit: tapijt en losse vinyl haalt u weg. Een houten vloer moet vast liggen en mag niet kraken.

Meer over de keuze van de juiste ondervloer leest u in welke ondervloer onder laminaat. Heeft u vloerverwarming, lees dan ook laminaat op vloerverwarming.

Welke legrichting kiest u?

De gebruikelijke regel is: leg de planken in de richting van de lichtinval, dus met de lengte haaks op het belangrijkste raam. De lange naden vallen dan het minst op. In een lange, smalle ruimte of gang oogt een legrichting in de lengte van de ruimte vaak rustiger. Loopt de vloer door naar een andere ruimte, houd dan dezelfde richting aan.

Hoe legt u laminaat stap voor stap?

  1. Kozijnen inkorten. Leg een stuk ondervloer met een plank erop tegen het deurkozijn. Zaag het kozijn op die hoogte in met een handzaag. De vloer schuift er later onder door, wat een nette afwerking geeft zonder kit.
  2. Ondervloer leggen. Leg de ondervloer naad op naad, zonder overlap, tenzij de fabrikant iets anders aangeeft. Plak naden af met tape als dat wordt voorgeschreven.
  3. Breedte van de laatste rij berekenen. Meet de breedte van de ruimte en deel door de werkende breedte van een plank. Wordt de laatste rij smaller dan ongeveer 5 cm, maak dan de eerste rij smaller zodat beide rijen een redelijke breedte hebben.
  4. Eerste rij leggen. Begin meestal in een hoek, langs de langste rechte wand. Zaag de tong van de eerste rij af aan de kant van de muur. Zet afstandsklosjes tegen de wand voor de dilatatievoeg van ongeveer 8 tot 10 mm.
  5. Volgende rijen. Gebruik het afgezaagde restant van de vorige rij als begin van de nieuwe rij, mits het lang genoeg is. Zorg dat de kopse naden van naast elkaar liggende rijen minimaal ongeveer 30 tot 40 cm verspringen. Klik de planken in de hoek die de fabrikant voorschrijft en tik ze zo nodig aan met een slagblok.
  6. Laatste rij. Meet per plank de resterende breedte, trek de dilatatievoeg ervan af en zaag de plank in de lengte op maat. Trek hem aan met het trekijzer.
  7. Leidingen en obstakels. Boor gaten iets groter dan de leiding, zodat ook daar ruimte is om uit te zetten. Zaag een strook uit, plaats die terug met lijm en werk af met een rozet.
  8. Afwerken. Verwijder de afstandsklosjes, plaats overgangsprofielen bij drempels en deuropeningen en monteer de plinten.

Leg de planken uit enkele pakken door elkaar. Zo verdeelt u kleur- en structuurverschillen gelijkmatig over de vloer en voorkomt u vlakken die opvallend lichter of donkerder ogen.

Waarom is de dilatatievoeg zo belangrijk?

Laminaat werkt een beetje mee met de seizoenen. Kan de vloer nergens heen, dan gaat hij omhoog staan of ontstaan er kieren in de naden. Houd daarom rondom ruimte vrij: langs wanden, kozijnen, leidingen, trapaanzetten en zware vaste objecten zoals een keukeneiland. Schroef of lijm niets door de vloer heen in de ondergrond. Bij grote oppervlakken of lange doorlopende ruimtes schrijven fabrikanten vaak een extra dilatatieprofiel voor, bijvoorbeeld in een doorgang tussen twee ruimtes.

Hoe bevestigt u de plinten?

Plinten bevestigt u aan de wand, nooit aan de vloer. Zo kan de vloer eronder blijven bewegen. U kunt ze lijmen met montagekit, spijkeren of met clips bevestigen. Laat de plint licht op de vloer rusten zonder hem naar beneden te drukken. Kies een plint die hoog genoeg is om de dilatatievoeg ruim af te dekken.

Wanneer kunt u laminaat beter laten leggen?

Een rechthoekige ruimte met een goede ondergrond is voor veel mensen zelf te doen. In deze situaties loont het vaak om de vloer te laten leggen:

  • de ondergrond is ongelijk en moet geëgaliseerd worden;
  • er zijn veel deuren, nissen, leidingen of een trapopgang;
  • u kiest voor een patroon zoals visgraat laminaat;
  • er ligt vloerverwarming en de opbouw moet kloppen;
  • de vloer loopt door meerdere ruimtes en moet zonder drempels doorlopen.

Wie laminaat zelf legt, doet er goed aan eerst de legvoorschriften van de fabrikant te lezen. Die gaan voor op algemene richtlijnen, ook voor het behoud van de garantie van de fabrikant.

Advies over uw vloer

Twijfelt u over de ondergrond, de ondervloer of de legrichting? Bekijk de laminaatcollectie of kom langs in de winkel. U kunt ook bellen met 020-7526672. We denken graag met u mee over uw situatie.

Veelgestelde vragen

Hoe lang moet laminaat acclimatiseren?

Als richtlijn ongeveer 48 uur. Leg de gesloten pakken plat in de ruimte waar de vloer komt, bij normale kamertemperatuur. Zo past het materiaal zich aan de temperatuur en luchtvochtigheid aan.

Hoe groot moet de dilatatievoeg bij laminaat zijn?

Meestal ongeveer 8 tot 10 mm langs alle wanden, leidingen, kozijnen en vaste objecten. De plint of een afwerkprofiel dekt de voeg af. Houd de voorschriften van de fabrikant aan, zeker bij grote oppervlakken.

In welke richting leg ik laminaat?

Meestal in de lengterichting van de lichtinval, dus haaks op het belangrijkste raam. De naden vallen dan minder op. In smalle ruimtes kan de lengterichting van de ruimte ook bepalend zijn.

Hoeveel moeten de kopse naden verspringen?

Als richtlijn minimaal ongeveer 30 tot 40 cm tussen de kopse naden van naast elkaar liggende rijen. Dat geeft een stevigere vloer en een rustiger beeld.

Moet ik laminaat zelf leggen of laten leggen?

Een rechthoekige ruimte met een goede ondergrond is voor een handige doe-het-zelver goed te doen. Bij veel deuren, leidingen, trappen, vloerverwarming, een visgraatpatroon of een ongelijke ondergrond loont het vaak om het te laten doen.